|




J.S.Bach
|




Voorjaarsproject 2002
Vier
Duitse componisten uit vier eeuwen:
één
tijdgenoot van Maarten Luther (1483-1546), drie anderen die in woord en muziek sterke banden met de tijd van Luther laten
zien.
-
Balthasar
Resinarius (ca.
1486-1544): een van de componisten die de evangelische kerkmuziek rondom
Luther vormgaf door de koraalmelodieen van polyfone zettingen te voorzien.
De stijl is die van de Nederlanders: Hendrik Isaac was zijn leermeester.
We
zingen van hem een aantal koraalzettingen, o.a. “Vater unser im
Himmelreich” en “Mit Fried und Freud fahr ich dahin”.
-
Heinrich
Schütz (1585-1672):
studeerde in zijn jonge jaren bij Giovanni Gabrieli in Venetië en
combineerde het daar geleerde later zodanig met een Duitse “Gründlichkeit”
dat een evenwichtige en zeer souvereine stijl ontstond. Uit de “Geistliche
Chormusik” twee zesstemmige werken: “Ich bin eine rufende Stimme” en
“Selig sind die Toten”.
-
Johann
Sebastian Bach (1685-1750):
over Bachs muziek in drie regels iets zeggen heeft geen zin. Vandaar slechts
de aankondiging van het in te studeren werk: het vijfstemmige motet “Jesu
meine Freude”.
-
Johannes
Brahms (1833-1897):
evenals bovengenoemde drie door zijn tijdgenoten als een conservatief
componist gezien. Dit geldt in ieder geval wel voor zijn evangelische
koormuziek, waarin hij oude technieken als kanon en fuga en het gebruik van
koraalmelodieen niet schuwt. Het ontroerende motet met Jobs klacht “Warum
ist das Licht gegeben den Mühseligen” staat op het programma van De
Noordelijke Polyfonisten.
|



 H.
Schütz 
J.
Brahms
|